De Nederlandse maakindustrie staat onder zware druk. Zonder versnelde inzet van robotisering en automatisering dreigt Nederland binnen tien jaar zijn positie als productieland te verliezen. Dat stelt TNO in een recente analyse.
Achterstand groeit snel
Nederland telt momenteel 264 robots per 10.000 werknemers en staat daarmee wereldwijd op plek 12. Ter vergelijking: landen als Zuid-Korea, China en Duitsland zitten tussen de 400 en meer dan 1.000 robots per 10.000 werknemers. Tegelijkertijd blijft de productiviteitsgroei achter, terwijl de druk op de sector toeneemt door vergrijzing, personeelstekorten en stijgende loonkosten.
Volgens TNO moet de productiviteit in de Nederlandse maakindustrie met minimaal 50 procent stijgen om de internationale concurrentiepositie te behouden.
De sector is goed voor circa 7 procent van het bruto binnenlands product en speelt een sleutelrol in het verdienvermogen van Nederland. Zonder ingrijpen komt niet alleen economische groei in gevaar, maar ook de financiering van maatschappelijke transities en nationale veiligheid.
Tijd dringt
De gevolgen van uitstel zijn volgens TNO op korte termijn al zichtbaar. Binnen twee jaar leiden personeelstekorten tot hogere kosten en inefficiënte productieprocessen. Binnen vijf jaar ontstaat een structurele achterstand door verouderde productielijnen. Op langere termijn dreigt onomkeerbare schade, zoals fabriekssluitingen, banenverlies en een groeiende afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers.
Robotisering als directe oplossing
Investeren in robotisering levert concrete voordelen op. Robots kunnen langer en consistenter produceren dan menselijke arbeid, wat leidt tot hogere output en lagere kosten. Daarnaast verhogen ze de productkwaliteit door het verminderen van fouten.
Door de integratie van AI worden robots bovendien flexibeler en slimmer. Ze zijn sneller te programmeren en beter inzetbaar in complexe productieomgevingen, zoals high-mix-low-volume productie.
Deze ontwikkelingen staan ook centraal op Maintenance NEXT, waar innovaties in automatisering, robotisering en slim onderhoud samenkomen.
Mark Courage, directeur Smart Industry bij TNO, stelt: "Robotisering is geen luxe, maar een voorwaarde om onze maakindustrie te behouden. Alleen zo blijft Nederland maker, in plaats van afhankelijk afnemer.”
Oproep tot nationale aanpak
Om de noodzakelijke versnelling te realiseren, pleit TNO voor een nationale robotiseringsagenda. Deze moet bestaan uit duidelijke langetermijndoelen en worden aangestuurd door een centrale taskforce.
De belangrijkste aanbevelingen:
- Bewustwording en kennisdeling
- Standaardisatie en ecosysteemversterking
- Onderwijs en arbeidsmarkt
- Internationale positionering
- Versnelling bij het mkb
Conclusie
De boodschap van TNO is helder. Zonder snelle en grootschalige inzet van robotisering verliest Nederland zijn maakindustrie. Met gerichte investeringen en samenwerking ligt er nog een kans om die trend te keren.